Puntentelling: herkenbaar van tennis
Padel gebruikt dezelfde basispuntentelling als tennis: 15, 30, 40 en game. Bij 40-40 speel je vaak met voordeel of golden point, afhankelijk van de afspraak of competitie. Sets speel je meestal tot zes games met twee games verschil.
Service: onderhands en diagonaal
De service moet onderhands na een stuit worden geslagen. Je serveert diagonaal naar het servicevak van de tegenstander. De bal moet eerst in het juiste vak stuiten. Daarna mag hij het glas raken, maar niet direct het hekwerk.
Glas gebruiken: dit maakt padel uniek
Na de stuit mag de bal via het glas terugkomen en mag jij hem alsnog spelen. Dat betekent dat je niet elke bal meteen hoeft te raken. Beginners slaan vaak te snel; soms is wachten tot de bal van het glas komt juist slimmer.
Wanneer is de bal uit?
Een bal is uit als hij zonder geldige stuit buiten de baan of tegen het hekwerk gaat. Raakt de bal eerst de grond binnen de lijnen en daarna glas of hek, dan gaat het spel meestal gewoon door. De volgorde is dus belangrijk.
Dubbels: samenwerken is belangrijker dan hard slaan
Padel speel je bijna altijd met vier spelers. Goed positiespel is daarom belangrijk. Probeer samen te bewegen: allebei naar voren als je aanvalt, allebei terug als je verdedigt. Wie alleen maar hard slaat, laat vaak gaten vallen.